Met ingang van 1 januari 2007 is er een nieuwe wet: de Pensioenwet. Met de Pensioenwet verandert er voor u als werkgever het één en ander. De belangrijkste veranderingen zijn:
- Bij indiensttreding moet u de werknemer melden of er al dan niet een pensioenregeling is en door wie de pensioenregeling wordt uitgevoerd. Als de werknemer nog niet mag meedoen aan de pensioenregeling, moet u de werknemer inlichten wanneer de werknemer wel mag meedoen en onder welke voorwaarden.
- De pensioenuitvoerder is er verantwoordelijk voor dat de pensioenregeling in heldere en begrijpelijke bewoordingen wordt uitgelegd aan de deelnemer. Als werkgever moet u er echter wel op toezien dat de pensioenuitvoerder dit ook echt doet.
- De toetredingsleeftijd in een pensioenregeling mag ten hoogste liggen op 21 jaar. Dit geldt vanaf 1 januari 2008.
- Sommige pensioenregelingen kennen een wachttijd. Dan mogen werknemer pas deelnemen aan de pensioenregeling na bijvoorbeeld een half jaar. In de Pensioenwet is geregeld dat er geen wachttijd mag worden gehanteerd voor het partnerpensioen en het arbeidsongeschiktheidspensioen. Voor het ouderdomspensioen mag een wachttijd worden gehanteerd van ten hoogste twee maanden.
- Als uw werknemer onbetaald verlof heeft, moet het partnerpensioen gedurende die periode gewoon worden voortgezet.